In gesprek met eindexamen scholieren!

In februari is in Den Haag het besluit genomen dat de centrale eindexamens voor middelbare scholen dit jaar doorgaan. Hierbij zijn 3 extra maatregelen genomen die het voor examenkandidaten uitvoerbaarder moeten maken. Toch hebben leerlingen het afgelopen jaar een minder optimale voorbereiding gehad en schijnt er veel stress te zijn. 

Uit onderzoek van het FD blijkt dat sommige scholen vrezen dat tot 40% van de examenleerlingen gaat zakken. Demissionair minister Arie Slob reageerde op kamervragen over dit onderzoek en stelde dat het op sommige scholen minder gaat dan op andere, maar dat hij het toch verantwoord vindt om de examens dit jaar door te laten gaan. 

Er is dus veel discussie over de keuze dat de examens doorgaan, maar hoe voelen examenleerlingen zich er zelf over? Studenten Helpen Scholieren had de eer om met 5 examenleerlingen van 3 verschillende scholen te spreken over hun ervaring. Allen doen ze dit jaar examen op havo niveau.

Verantwoordelijkheid en motivatie
Over het algemeen vonden de leerlingen het allemaal wel prima dat het eindexamen doorgaat. Zara benoemde dat ze nu al zo lang op school heeft gezeten dat het eigenlijk toch niet meer uitmaakt of het nou wel of niet doorgaat. Femke was iets positiever. Zij vindt het examen toch wel een bijzondere ervaring die haar voorbereidt op de toekomst. Ook Lotte vindt het geen probleem om dit jaar het eindexamen te maken: “Wij hebben als eindexamenklas het grootste deel van de tijd gewoon 5 dagen fysiek les gehad. Dus ik heb de achterstand redelijk bijgebeend en de lessen gehad die ik dit jaar zou moeten hebben.” Kees had in februari gehoopt dat het niet door zou gaan; dan had hij zich niet zo hoeven voorbereiden. Maar nu het toch echt gaat gebeuren, vindt hij dat hij wel genoeg tijd heeft gehad voor de voorbereiding. Ook omdat het in februari al werd aangekondigd.

Wat wel duidelijk werd, is dat deze leerlingen er redelijk goed voor staan. Ze merken dat er ook klasgenoten zijn die er minder goed voor staan die de examens liever zouden overslaan. Dit ligt volgens de leerlingen vooral aan dat er tijdens de lockdowns erg veel verantwoordelijkheid van ze werd gevraagd. Femke: “Bij de een kan het wel goed uitpakken dat ze veel verantwoordelijkheid vragen en een ander gaat dan niks doen. Dat zijn denk ik ook wel de mensen die het meest balen van dat het eindexamen doorgaat.”
Andere leerlingen zien ook dat er een aantal klasgenoten zijn die tijdens lessen niets uitvoeren en erg achterlopen. Kees vertelt daarover: “Ik heb klasgenoten die voor de meivakantie een gesprek hebben gehad met hun mentor die vroeg wat ze gaan doen in de vakantie. En het antwoord was dat ze een beetje gaan gamen. En leren? Dat doen ze in de laatste week voor de examens wel.” Zara denkt toch dat er dan uiteindelijk wel een aantal procent tussen zit die het wel gaat halen, maar zij merkt deze houding ook bij klasgenoten. Lotte denkt dat in haar klas minder leerlingen gaat zakken dan de anderen beschrijven, maar ze ziet wel dat de motivatie bij sommigen erg laag is. 

Dit gebrek aan motivatie zal ieder jaar wel een aantal leerlingen treffen, maar dit jaar komt het volgens de leerlingen ook deels door de online lessen. Chrisk benoemt dat ze een docent had die het lastig vond om in maart 2020 ineens over te gaan op online onderwijs. Daardoor had ze stof gemist die ze later moest inhalen, terwijl de stof van dat moment ook gewoon verder ging. Daardoor begon ze al met minder motivatie aan haar examenjaar. Dit schooljaar waren er ook online lessen, maar de leerlingen merkten dat de docenten er beter in werden. Toch is het niet hetzelfde als fysiek les. Lotte: “Je krijgt het online gewoon veel minder mee dan als je fysiek in de les zit. Het voordeel is wel dat je de lessen ook kan volgen als je ziek bent.” Chrisk vond het lastig dat ze dagen had waarop ze ‘s ochtends online les kreeg en ‘s middags naar school moest. Ze zou liever de hele dag les hebben in het schoolgebouw.
Bij Kees waren er online lessen waarin de docent een korte uitleg gaf en waarna leerlingen zelfstandig aan de slag moesten, wat voor hem niet goed werkte. Bij Femke was dit ook het geval: “Ik heb het gevoel dat je in het echt veel meer uitleg zou krijgen. Ik denk wel dat als ik vorig jaar wel normale les had gehad, dat ik dan misschien wel wat meer zou weten en kunnen.” De leerlingen denken dat er in de online lessen niet per se minder stof werd behandeld, maar dat het vooral minder goed is blijven hangen.

Rust door extra maatregelen
Voor de gevallen dat er wel een deel van de examenstof is gemist, zijn de extra maatregelen genomen die het examen uitvoerbaarder moeten maken. Is het volgens deze leerlingen daardoor ook uitvoerbaarder? Chrisk denkt van wel: “Ik heb wiskunde als slechtste vak. Alleen dat mag helaas dus niet weggestreept worden, want het is een kernvak. Maar ik ga het wiskunde examen in het tweede tijdvak doen, dus dan heb ik nog een maand om alleen dat te leren.” Lotte mag haar slechtste vak wel wegstrepen: “Mijn gemiddelde van scheikunde kan ik niet meer ophalen, dus ik weet ook van mezelf dat ik daar heel veel moeite in kan gaan steken, maar dat dat gewoon voor mij niet werkt. Dus nu ik het weg kan strepen, hoef ik er voor mijn gevoel ook niet zoveel meer voor te doen.”
Ook Kees zit in zo’n situatie, maar hij pakt het anders aan: “Ik sta een onvoldoende voor geschiedenis. Dus ik kan denken: ik laat het lekker gaan, want ik streep het toch wel weg. Maar als ik er even mijn best voor doe en stel ik haal ineens een 7, dan sta ik weer een voldoende en kan ik een ander vak wegstrepen dat misschien minder goed ging. Dus dat is fijn om te weten.” Zara heeft niet één vak waar ze heel slecht voor staat, maar de extra regels geven haar wel gewoon meer rust. Die rust voelen de anderen ook, maar ze zijn ook wel bang dat ze er te laks van worden. 

Opvallend is dat de scholen erg verschillend omgaan met informatie over de maatregelen. Zara, Chrisk en Femke hebben alle informatie uitgelegd gekregen tijdens een speciale les daarover en hun ouders hebben er een uitgebreide mail over gehad. Bij Lotte was de uitleg iets minder duidelijk: “Ik heb er zelf nog wel een paar keer achteraan moeten gaan of je nou het hele vak mocht wegstrepen of alleen het eindexamencijfer.” Wel werd er op alle scholen nadruk op gelegd dat het verstandig is om alle examens in het eerste tijdvak te maken, hoewel ook werd benadrukt dat de keuze aan de leerlingen zelf was. De strekking was dat als je ineens corona krijgt en examens in het tweede tijdvak hebt staan, dat het dan wel lastig wordt om de examens in het derde tijdvak te maken. Uiteindelijk is Chrisk de enige uit deze groep die een examen in het tweede tijdvak heeft gepland.

Voorbereiding op het examen
De leerlingen hebben zich gedurende dit jaar dus grotendeels met fysieke lessen kunnen voorbereiden op het examen. Maar hoe gaat het in deze laatste weken? Zoals eerder beschreven moeten ze veel zelf doen, maar ze hadden ook examentrainingen vanuit school. Daarnaast hebben de leerlingen verschillende manieren om te leren en motivatie te krijgen. Lotte stuurt als ze tijdens het leren tegen vragen aanloopt via Teams een berichtje naar de docent. “De meeste docenten willen het dan wel even uitleggen via videobellen of reageren snel via een bericht.”
Chrisk begint bij de Youtube filmpjes: “Als ik een bepaald onderdeel niet snap dan begrijp ik het vaak wel nadat ik een filmpje heb gekeken. En als ik dan nog steeds vragen heb dan vraag ik het aan mijn zus, die vorig jaar hetzelfde vakkenpakket had.” Kees: “Een 1-op-1 gesprek met mijn mentor of een docent helpt ook erg om meer motivatie te krijgen.” Voor Zara helpen om die reden ook bijlessen erg goed: “Omdat je in de lessen vanuit school vaak te weinig tijd hebt om met de docent te spreken en vragen te stellen. Je kunt wel iets vragen, maar je kunt niet echt doorvragen. En als ik dan in de bijles de opdrachten al een keer heb gedaan, heb ik al een beetje meer vertrouwen.” 

Dit vertrouwen komt ook terug in de antwoorden op de laatste vraag van het gesprek: gaan ze het halen? Kees: “Ik heb het altijd al gezegd dat ik het ga halen, dus ik ga het gewoon halen.” Lotte: “Ik ga mijn best ervoor doen dus ik denk dat het goed moet komen.” En de anderen waren het daar helemaal mee eens.