Wat nemen we mee uit één jaar online onderwijs?

Toen de scholen ruim een jaar geleden moesten sluiten, werden er halsoverkop infrastructuren georganiseerd rondom online onderwijs. Inmiddels zijn de scholen langzamerhand weer fysiek aan het openen. Vanuit meerdere hoeken is bekend dat het afstandsonderwijs een uitdaging is geweest afgelopen jaar, maar hebben we ook iets van het afgelopen jaar geleerd dat we mee kunnen nemen om het voortgezet onderwijs de komende jaren vorm te geven? 

De digitaliseringsagenda
De digitaliseringsagenda uit maart 2019 markeerde de start van een nieuw gesprek over onderwijs en digitalisering voor de komende jaren. Dit werd gedaan aan de hand van vijf speerpunten. Door het gebruik van digitale leermiddelen zijn er meer mogelijkheden voor onderwijs op maat en het verlichten van de werkdruk voor docenten.
Één jaar na publicatie moesten de punten uit de agenda ineens versneld worden toegepast: er moesten digitale leermiddelen worden toegepast, docenten en leerlingen moesten snel digitaal geletterd geworden en in sommige gevallen moest de ict-infrastructuur op de schop.
Ook was er door 
berichten over privacygevoelige software die op sommige scholen gebruikt werd, veel aandacht voor de ethiek van digitalisering in het onderwijs. Dit ethische debat speelde al voor corona, maar werd door volledig online onderwijs ineens erg actueel. Het afstandsonderwijs was dus voor veel scholen reden om versneld te digitaliseren. Hiermee zijn ambities van de digitaliseringsagenda deels behaald. Maar hoe ziet dat er in de praktijk uit?

Onderzoek naar afstandsonderwijs
Uit onderzoek blijkt dat leerlingen tijdens het afstandsonderwijs voldoende leermotivatie hadden en dat dit samenhangt met de hulp van ouders en docenten. Ook geeft de helft van de leerlingen aan sommige taken zelfstandig te willen blijven doen, ook als ze straks weer volledig naar school gaan. Betekent dit dan dat hybride onderwijs het nieuwe normaal moet worden? Waarschijnlijk niet, want bijna 27% van de bevraagde leerlingen geeft aan geen goede thuiswerkplek te hebben. We kunnen van dit onderzoek wel leren dat individuele begeleiding de leermotivatie omhoog helpt en dat zelfstandigheid voor veel leerlingen belangrijk is. 

Volgens docent en coördinator digitaal leren Mattijs Leeffers van het Vathorst College in Amersfoort wordt hybride onderwijs eveneens niet het nieuwe normaal. Wij spraken met hem over hoe ze op zijn school het afstandsonderwijs hebben aangepakt en wat ze ervan hebben geleerd. “We waren voor corona al bezig met digitalisering van het onderwijs. Alle leerlingen hadden al een laptop, de ict-infrastructuur was al grotendeels aanwezig en er werd al veel digitaal gecommuniceerd binnen de school toen we voor de eerste keer moesten sluiten.” 

Uitdagingen online les geven
Toch was het ook voor het Vathorst College een uitdaging om ineens online les te gaan geven. Er werd vanuit de schoolleiding een handboek opgesteld met tips voor docenten om de online lessen in te richten. Docenten werden wel vrij gelaten in hun keuze om dit handboek te volgen, omdat sommigen al meer digitale vaardigheden hadden dan anderen. Volgens Leeffers was dit ook in de praktijk te zien: “We gebruiken standaard Moodle als digitale leeromgeving, maar we zien ook dat docenten kiezen voor eigen platforms waarop ze het fijn vinden om les te geven, zoals Google Classroom en LessonUp.” Daarnaast zijn de lesuren op het Vathorst College verkort. Dit geeft docenten meer tijd voor voorbereiding en volgens het eerder genoemde onderzoek dragen kortere uren en lesdagen ook bij aan de leermotivatie van leerlingen. De leerlingen kregen meer vrijheid om in hun eigen tempo te leren en Leeffers zag dat dit als positief werd ervaren door zowel leerlingen, docenten als ouders.

Door het afstandsonderwijs is bij Leeffers en zijn collega’s het besef ontstaan dat het ontzettend belangrijk is om leerlingen in een schoolgebouw les te kunnen geven. Waar de digitale middelen die de school al gebruikte het afstandsonderwijs makkelijker te implementeren maakten, kostte het toch veel energie. Het tempo ging wat omlaag en er kwam minder nadruk op cijfers en doelstellingen, docenten gingen minder, maar effectiever lesgeven. “Dit bracht iedereen aan het denken over wat betekent mijn onderwijs, wat vind ik belangrijk en welk onderwijs past bij de school? En ik vind het belangrijk dat we daar met zijn allen over na blijven denken.” De kwaliteit van het onderwijs op locatie is vele malen beter, maar het tempo mag wat Leeffers betreft wel wat verlaagd blijven door effectief les te blijven geven en minder strak te focussen op cijfers en doelstellingen.
Ook blijven leerlingen veel vrijheid krijgen om in hun eigen tempo en zelfstandig aan de slag te gaan. Nu Leeffers weer deels lesgeeft op locatie is dat in het begin meer gefocust op fysieke aanwezigheid. Maar na corona zal hij weer gebruikmaken van digitale leermiddelen zoals het eerder was, met het besef dat het enorm waardevol is om samen in een schoolgebouw te zijn.

In het algemeen zien we dat het onderwijs door de schoolsluitingen meer gedigitaliseerd is en dat docenten meer digitale vaardigheden hebben verworven. In het geval van het Vathorst College was er al een goede digitale infrastructuur en werd er al voor corona veel lesgegeven met digitale leermiddelen. Dit gaf ruimte om te reflecteren op de waarde van lesgeven op locatie en op welke vormen van het (digitaal) onderwijs bij de school passen. Waarschijnlijk zal hybride onderwijs niet de norm worden, maar hopelijk hebben we er wel van geleerd dat het tempo wat omlaag mag en dat motivatie mag komen uit persoonlijk contact in plaats van enkel uit cijfers. Welke inzichten hebben jullie gehaald uit een jaar online onderwijs?